kruin

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kruin
enkelvoud meervoud
naamwoord kruin kruinen
verkleinwoord kruintje kruintjes

Zelfstandig naamwoord

kruin v/m

  1. Een kruin is het bovenste deel van het hoofd, dat gewoonlijk met haar bedekt is.
    In sommige kloosterordes hebben de monniken een kruinschering of tonsuur, waarbij het haar van de kruin wordt weggeschoren.

Meer informatie