kruiden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • krui·den
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kruiden
kruidde
gekruid
zwak -d volledig

Werkwoord

kruiden

  1. specerij bij een gerecht doen
    Zij kruidde het vlees voor het bakken.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
kruien

kruiden

  1. meervoud verleden tijd van kruien
    Wij kruiden.
    Jullie kruiden.
    Zij kruiden.

Zelfstandig naamwoord

kruiden mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord kruid
Hyponiemen
Afgeleide begrippen