krommen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • krom·men
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van krom met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
krommen
kromde
gekromd
zwak -d volledig

Werkwoord

krommen

  1. (overgankelijk) krom maken
    Beschermend welfde zij haar hand om het kuiken.
  2. (wederkerend) zich ~ bochtig zijn
    De weg kromde zich langs de steile bergkust.
Synoniemen
Vertalingen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

krommen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord kromme