krijt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
kliffen bij Dover

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • krijt
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Volkslatijnse *crẹta, klassiek creta ("krijt").
enkelvoud meervoud
naamwoord krijt
verkleinwoord krijtje

Zelfstandig naamwoord

krijt o

  1. wit mineraal dat uit calciumcarbonaat bestaat
    De kliffen van Dover bestaan uit krijt.
  2. schrijfmateriaal uit dat materiaal vervaardigd
    Hij schreef met krijt op het schoolbord.
  3. (geologie) een periode die deel uitmaakt van het mesozoïcum
    Het krijt was de laatste (bovenste} periode van het mesozoïcum en het duurde van 145,5 tot 65,5 miljoen jaar (Ma) geleden.
  4. voorwerp dat wordt gebruikt in de biljartsport om de top van de keu minder glad te maken
    De biljarter krijt zijn keu alvorens de biljartbal te stoten.
Schrijfwijzen
  • 3. Vóór 2005 was de spelling voor het geologisch tijdperk Krijt. In specialistische publicaties staat de Taalunie het voortgezette gebruik van de hoofdletter toe, zie hier.
Verwante begrippen
  • [2]: bij iemand in het krijt staan
bij iemand schulden hebben
  • [2]: Dat mag met een krijtje aan de balk.
Dat is iets bijzonders.
  • [2]: met dubbel krijt schrijven
te veel berekenen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
krijten

krijt

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van krijten
  2. gebiedende wijs van krijten

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen