kreukelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kreu·ke·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kreukelen
kreukelde
gekreukeld
zwak -d volledig

Werkwoord

kreukelen

  1. (ergatief) kreukels vormen op een voorheen glad oppervlak
    Haar nieuwe rok kwam gekreukeld uit de valies.
Synoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen