krediet
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kre·diet
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | krediet | kredieten |
| verkleinwoord | kredietje | kredietjes |
Zelfstandig naamwoord
krediet o
- een lening van geld
- Ik heb zojuist een krediet aangevraagd om de nieuwe auto te kunnen betalen.