kras

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kras
enkelvoud meervoud
naamwoord kras krassen
verkleinwoord krasje krasjes

Zelfstandig naamwoord

kras v/m

  1. langgerekte oppervlaktebeschadiging veroorzaakt door het bewegen van een scherpe punt over een voorwerp
    Leg iets onder je schrijfwerk, anders krijg je krassen op tafel!
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
krassen

kras

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van krassen
    Ik kras.
  2. gebiedende wijs van krassen
    Kras!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van krassen
    Kras je?
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen kras krasser krast
verbogen krasse krassere kraste

Bijvoeglijk naamwoord

kras

  1. nog sterk voor zijn jaren
    Hij is een krasse ouwe baas.
  2. opzienbarend, meest in een onaangename zin van dat woord
    Dit is een krasse tegenstelling.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen