koppen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kop·pen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
koppen
kopte
gekopt
zwak -t volledig

Werkwoord

koppen

  1. (overgankelijk) een bal een stotende beweging met het hoofd geven
    Hij kopte hem het doel in.
  2. (overgankelijk) de kop verwijderen
    Hij ging de tulpen koppen.
  3. iets met het kopje naar boven leggen
  4. (overgankelijk) in een krantenkop vermelden
    Dat was zo belangrijk, hij moest het wel koppen.
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

koppen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord kop