koord

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • koord
enkelvoud meervoud
naamwoord koord koorden
verkleinwoord koordje koordjes

Zelfstandig naamwoord

koord o

  1. een middel om zaken bij elkaar te binden
    Het koord brak en de lading viel van het dak af.
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen