koopje
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- koop·je
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ||
| verkleinwoord | koopje | koopjes |
Zelfstandig naamwoord
koopje o dim. tant.
- (handel) iets wat men voordelig koopt
- Die winkel heeft bijna alleen maar koopjes, echt fantastisch!