koffer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kof·fer
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Franse coffre, het Latijnse cophinus (korf), het Arabische quffa (korf) en het Oudgermaanse kober (korf, handtas). [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord koffer koffers
verkleinwoord koffertje koffertjes

Zelfstandig naamwoord

koffer m (gewestelijk: o)

  1. een draagbare bergruimte waarin spullen kunnen worden meegenomen tijdens het reizen
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
kofferen

koffer

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kofferen
    Ik koffer.
  2. gebiedende wijs van kofferen
    Koffer!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kofferen
    Koffer je?
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl