koesteren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • koes·te·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
koesteren
koesterde
gekoesterd
zwak -d volledig

Werkwoord

koesteren

  1. (overgankelijk) iets geliefds nauw aan het hart houden
    Hij koesterde zijn geliefde op innige wijze.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen