koesteren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- koes·te·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| koesteren |
koesterde |
gekoesterd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
koesteren
- (overgankelijk) iets geliefds nauw aan het hart houden
- Hij koesterde zijn geliefde op innige wijze.