knuppel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • knup·pel
enkelvoud meervoud
naamwoord knuppel knuppels
verkleinwoord knuppeltje knuppeltjes

Zelfstandig naamwoord

knuppel m

  1. korte dikke stok, bedoeld om lijfstraf mee uit te delen
    De bende kwam de straat in met knuppels en kettingen.
Vertalingen