knopen

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kno·pen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
knopen
knoopte
geknoopt
zwak -t volledig

Werkwoord

knopen

  1. een vastzittende lus in een koord, draad of touw maken.
    Hij was het net aan het knopen.
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

knopen mv

  1. naamwoord meervoud van knoop
Persoonlijke instellingen