knoert

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • knoert
enkelvoud meervoud
naamwoord knoert knoerten
verkleinwoord (knoertje) (knoertjes)

Zelfstandig naamwoord

knoert m

  1. iets bijzonder groots en opvallends
    Wat een knoert van een fout was dat, zeg!
Vertalingen