knip
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- knip
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | knip | knippen |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
- portemonnee
- Joviaal trok hij de knip en betaalde de rekening.
- schuifsluiting op een deur
- De dieven kwamen binnen door via de brievenbus de knip van de deur te halen.
Uitdrukkingen en gezegden
- iets in de knip hebben
- iets behaald hebben
- de hand op de knip houden
- niets uitgeven, zuinig zijn
- geen knip voor de neus waard zijn
- niets waard zijn
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| knippen |
knip