knevel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kne·vel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | knevel | knevels |
| verkleinwoord | kneveltje | kneveltjes |
Zelfstandig naamwoord
knevel m
- een prop, doek of stuk plakband waarmee iemand het spreken belet wordt
- Ze deden ruw een stuk plakband als knevel over zijn mond.
- een grote brede snor waarvan het lijkt dat deze het spreken zou bemoeilijken
- De mannen hadden indrukwekkende knevels.
Vertalingen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| knevelen |
knevel