knel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • knel

Werkwoord

vervoeging van
knellen

knel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van knellen
    Ik knel.
  2. gebiedende wijs van knellen
    Knel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van knellen
    Knel je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen