knarsen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- knar·sen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| knarsen |
knarste |
geknarst |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
knarsen
- (inergatief) geluid voortbrengen door twee hard oneffen voorwerpen met kracht over elkaar heen te bewegen
- Het roestige scharnier knarste en Jan haalde de oliespuit voor de dag.