knagen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kna·gen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
knagen
knaagde
geknaagd
zwak -d volledig

Werkwoord

knagen

  1. met de tanden aanvreten
    Termieten knagen aan alles wat van hout gebouwd is.
Vertalingen