kloot
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kloot
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kloot | kloten |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
kloot m
- kluit, klomp, klont bijv. aardkloot
- bal, kogel (-> klootschieten)
- (vulgair) vervelende kerel
- (vulgair) zaadbal, teelbal, testikel
Synoniemen
Hyponiemen
- aardkloot, apenkloot, bromkloot, droogkloot, dufkloot, dwazekloot, jammerkloot, schijfkloot, wakerkloot, wantkloot, windwijzerkloot, zemelkloot
Afgeleide begrippen
- kloothannesen, kloothommel, klootjavaan, klootoog, klootschieten, klootschieter, klootschieting, klootspiraal, klootwijk, klootzak, klotenbijter, klotentrekker