klokkentoren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- klok·ken·to·ren
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | klokkentoren | klokkentorens |
| verkleinwoord | klokkentorentje | klokkentorentjes |
Zelfstandig naamwoord
klokkentoren m
- een toren met bovenin een of meer lui- of slagklokken of een carillon
- De galmgaten in de klokkentoren hadden geen galmborden.
Vertalingen
1. een toren met bovenin een of meer lui- of slagklokken of een carillon
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.