klimaat

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kli·maat
enkelvoud meervoud
naamwoord klimaat klimaten
verkleinwoord klimaatje klimaatjes

Zelfstandig naamwoord

klimaat o

  1. de gemiddelde natuurlijke gesteldheid van de lucht en het weer in een gebied op een planeet
    Wij hebben op aarde een leefbaar klimaat.
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie