kleineerden
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- klei·neer·den
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| kleineren |
kleineerden
- meervoud verleden tijd van kleineren
- Wij kleineerden.
- Jullie kleineerden.
- Zij kleineerden.
- Wij kleineerden.