klauw
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA: /klʌu/
Woordafbreking
- klauw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | klauw | klauwen |
| verkleinwoord | klauwtje | klauwtjes |
Zelfstandig naamwoord
klauw v
- poot / kromme nagel van een roofdier
- Met z'n reusachtige klauwen vermorzelt het beest z'n prooi.
- (informeel) (grof) hand
- Blijf met je klauwen van mijn lijf!
Verwante begrippen
Hyponiemen
- berenklauw, dennenwolfsklauw, dievenklauw, duivelklauw, duivelsklauw, kattenklauw, remklauw, wolfsklauw
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- in de klauwen van iemand vallen
- door iemand onderschept worden
Vertalingen
1. poot van een roofdier