klas
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- klas
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | klas | klassen |
| verkleinwoord | klasje | klasjes |
Zelfstandig naamwoord
klas v
- een groep leerlingen die een tijdlang gezamenlijk les krijgen
- Bij haar in de klas zitten veel goede leerlingen.
- een leerjaar op school
- Zij zit in de tweede klas.
- een klaslokaal
- Ik heb mijn rekenmachine nog in de klas liggen.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. een groep leerlingen die een tijdlang gezamenlijk les krijgen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.