klaren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kla·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| klaren |
klaarde |
geklaard |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
klaren
- (overgankelijk) helder maken
- Hij klaarde de gesmolten boter om er daarna bij hogere temperaturen in te kunnen bakken.
- (ergatief) helder worden
- Deze wijn is vanzelf geklaard.
- (overgankelijk) overdrachtelijk: redderen, moeilijkheden uit de weg ruimen
- Geloof maar dat hij in die tijd veel te klaren kreeg!