klare
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kla·re
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | klare | - |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
klare m
- zuivere jenever
- Hij nipte aan een glaasje oude klare.
Bijvoeglijk naamwoord
klare
- verbogen vorm van de stellende trap van klaar
Noors
Woordafbreking
- kla·re
| Naar frequentie | 361 |
|---|
Bijvoeglijk naamwoord
klare mv
- onbepaalde vorm meervoud van de stellende trap van klar
- bepaalde vorm enkelvoud en meervoud van de stellende trap van klar
Nynorsk
Woordafbreking
- kla·re
Bijvoeglijk naamwoord
klare mv
- onbepaalde vorm meervoud van de stellende trap van klar
- bepaalde vorm enkelvoud en meervoud van de stellende trap van klar