klapper

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klap·per
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord klapper klappers
verkleinwoord klappertje klappertjes

Zelfstandig naamwoord

klapper m

  1. (plantkunde) (voeding) Cocos nucifera Wikispecies-logo-en.png een kokosnoot, de vrucht van de kokospalm (die zelf ook 'klapper' heet)
  2. een val waarbij men luidruchtig onzacht terecht komt
    Hij maakte een lelijke klapper en brak zijn been.
  3. een notitieblok dat men verticaal kan openklappen
    Ik heb dat nummer even in de klapper opgeschreven.
  4. trefwoordenregister, index
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen


Werkwoord

vervoeging van
klapperen

klapper

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van klapperen
    Ik klapper.
  2. gebiedende wijs van klapperen
    Klapper!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van klapperen
    Klapper je?


Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl