klappen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- klap·pen
Woordherkomst en -opbouw
- Afgeleid van klap.
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| klappen |
klapte |
geklapt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
klappen
- (inergatief) als vertoon van bijval, dank of bewondering de open handen ineenslaan
- Het publiek klapte beleefd, maar meer ook niet.
- (ergatief) plotseling met een luid geluid vallen
- De omvallende fiets klapte tegen de vloer.
Synoniemen
- [1]: applaudisseren
Afgeleide begrippen
- [2]: openklappen, uitklappen
Uitdrukkingen en gezegden
- iets met rake klappen bekopen
Vertalingen
1. applaudisseren
iets met rake klappen bekopen
|
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Zelfstandig naamwoord
klappen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord klap