klap
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- klap
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | klap | klappen |
| verkleinwoord | klapje | klapjes |
Zelfstandig naamwoord
klap m
- plotselinge, luidruchtige slag
- De oude vaas viel met een luide klap in duizend stukken op de vloer uiteen.
- een bestraffing door slagen met de open hand
- Hij heeft vroeger veel klappen gehad.
Anagrammen
Uitdrukkingen en gezegden
een (flinke) klap uitdelen
Vertalingen
[2]: een (flinke) klap uitdelen
|
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| klappen |
klap