kir
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kir
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord: ontleend aan het Frans, oorspronkelijk vernoemd naar de kannunik Félix Kir.
- Werkwoord: klanknabootsend.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kir | kirs |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
kir m
- (voeding) een mengsel van een bourgogne Aligoté met een scheutje Crème de cassis
- Geeft u mij maar een kir.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| kirren |
kir