kijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
  • IPA: /kɛɪk/
Woordafbreking
  • kijk
enkelvoud meervoud
naamwoord kijk -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

kijk m

  1. manier van iets te beschouwen
    Hij heeft een heel andere kijk op deze zaken.

Werkwoord

vervoeging van
kijken

kijk

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kijken
    Ik kijk.
  2. gebiedende wijs van kijken
    Kijk!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kijken
    Kijk je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen