kijk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA: /kɛɪk/
Woordafbreking
- kijk
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kijk | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
kijk m
- manier van iets te beschouwen
- Hij heeft een heel andere kijk op deze zaken.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| kijken |
kijk