keuren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
keuren keurend
keuring gekeurd
Uitspraak
Woordafbreking
  • keu·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
keuren
keurde
gekeurd
zwak -d volledig

Werkwoord

keuren

  1. (overgankelijk) zich een oordeel vormen over de waarde of deugdelijkheid van iets
    Zij werden eerst gekeurd voordat zij werden toegelaten.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

keuren mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord keur