kerf
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- kerf
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kerf | kerven |
| verkleinwoord | kerfje | kerfjes |
Zelfstandig naamwoord
- ingesneden groef
- Bij het beproeven van de treksterkte van een materiaal wordt vaak eerst een kerf aangebracht.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| kerven |
kerf
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kerven
- Ik kerf.
- gebiedende wijs van kerven
- Kerf!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kerven
- Kerf je?
Afrikaans
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kerf | kerwe |
| verkleinwoord | kerfie | kerfies |
Zelfstandig naamwoord
kerf
| stamtijd | |
|---|---|
| infinitief | voltooid deelwoord |
| kerf |
gekerf |
| volledig | |
Werkwoord
kerf
- kerven
- in dunne stukken snijden
- uitsnijden, uithakken
- «Die beeld is gemaak van plaatstaal en die vingers is gekerf uit rondestaal.»
- Het beeld is gemaakt van plaatstaal en de vingers zijn uitgesneden uit rond staal.
- «Die beeld is gemaak van plaatstaal en die vingers is gekerf uit rondestaal.»
Engels
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| kerf | kerfs |
Zelfstandig naamwoord
kerf