kenne

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ken·ne

Werkwoord

vervoeging van
kennen

kenne

  1. aanvoegende wijs van kennen


Pennsylvania-Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • ken·ne
Werkwoord 1:
vervoeging
tegenwoordige tijd, aantonende wijs, bedrijvende vorm
onbepaalde
wijs
kenne
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
gekennt
enkelvoud meervoud
1e persoon ich kenn mir kenne
2e persoon du kennscht dihr / der
dihr / der
ihr / er
ihr / er
nihr / ner
kennt
kenne
kennt
kenne
kenne
3e persoon er kennt sie kenne
sie kennt
es kennt

Werkwoord

kenne

  1. kennen
Uitdrukkingen en gezegden
  • kenne laerne
leren kennen
Opmerkingen


Werkwoord 2:
vervoeging
tegenwoordige tijd, aantonende wijs, bedrijvende vorm
onbepaalde
wijs
kenne
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
gekennt
enkelvoud meervoud
1e persoon ich kann mir kenne
2e persoon du kannscht dihr / der
dihr / der
ihr / er
ihr / er
nihr / ner
kennt
kenne
kennt
kenne
kenne
3e persoon er kann sie kenne
sie kann
es kann

Werkwoord

kenne

  1. (modaal werkwoord) kunnen
  2. (modaal werkwoord) moeten
  3. (modaal werkwoord) mogen
Opmerkingen