kenmerkend
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: kenmerkend (hulp, bestand)
- IPA: /ˈkɛnmɛrkənt/, /kɛnˈmɛrkənt/
Woordafbreking
- ken·mer·kend
Woordherkomst en -opbouw
- Onvoltooid deelwoord van kenmerken.
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | kenmerkend | kenmerkender | kenmerkendst |
| verbogen | kenmerkende | kenmerkendere | kenmerkendste |
Bijvoeglijk naamwoord
kenmerkend
- een hoedanigheid vormend die iets identificeert.
- Kenmerkend voor hem is zijn grote integriteit.
Werkwoord
| vervoeging van |
| kenmerken |
kenmerkend
- onvoltooid deelwoord van kenmerken