kei
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kei
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kei | keien |
| verkleinwoord | keitje | keitjes |
Zelfstandig naamwoord
kei m
- een brok gesteente
- Er spatte een keitje op en de voorruit barstte uiteen in gruzelementen.
- (informeel) iemand die bijzondere prestaties levert
- Hij is daar echt een kei in.
Uitdrukkingen en gezegden
- op de keien zetten
in armoede dakloos achterlaten