katholiek
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ka·tho·liek
Woordherkomst en -opbouw
- Ontleend aan het Franse catholique of het Latijnse catholicus.
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | katholiek | katholieker | katholiekst |
| verbogen | katholieke | katholiekere | katholiekste |
Bijvoeglijk naamwoord
katholiek
- (religie) overeenkomstig de geloofsleer van de Katholieke Kerk
- Alle christenen die zich katholiek noemen, erkennen de apostolische geloofsbelijdenis en de geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel.
- (religie) te maken hebbend met de Katholieke Kerk
- Alle Belgische provinciehoofdsteden zijn tevens de zetel van een katholiek bisdom.
Antoniemen
Hyponiemen
Hyperoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. overeenkomstig de geloofsleer van de Katholieke Kerk
2. te maken hebbend met de Katholieke Kerk
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.