kas

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
De Glazen Stad.

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kas
enkelvoud meervoud
naamwoord kas kassen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kas v/m

  1. de bak die het ontvangen geld bevat
    In onze winkel is ieder personeelslid verantwoordelijk voor zijn eigen kas.
  2. (figuurlijk) de liquide middelen van een organisatie
    We hebben op het moment niet zoveel geld in kas.
  3. een doorzichtige -meest glazen- constructie die het cultiveren van planten mogelijk maakt die een ander klimaat vergen dan buiten heerst
    Het Westland heet vanwege zijn vele kassen ook wel de Glazen Stad.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
kassen

kas

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kassen
    Ik kas.
  2. gebiedende wijs van kassen
    Kas!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kassen
    Kas je?

Meer informatie


Papiamento

Zelfstandig naamwoord

kas

  1. huis


Turks

Zelfstandig naamwoord

kas

  1. spier
Synoniemen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen