kapseizen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kap·sei·zen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kapseizen
kapseisde
gekapseisd
zwak -d volledig

Werkwoord

kapseizen

  1. (ergatief), (scheepvaart) ondersteboven komen liggen
    Door de zware storm kapseisde het schip.
Synoniemen
Synoniemen
Vertalingen