kapittel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·pit·tel

Werkwoord

vervoeging van
kapittelen

kapittel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kapittelen
    Ik kapittel.
  2. gebiedende wijs van kapittelen
    Kapittel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kapittelen
    Kapittel je?