kanker
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kan·ker
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kanker | kankers |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
kanker m
- (medisch) een aandoening die gekenmerkt wordt door het ongecontroleerd vermenigvuldigen van cellen
- voortwoekerend kwaad zoals b.v. betonkanker, muurkanker
- (biologie) ziekte bij dieren, planten of bomen b.v. hoefkanker, aardappelkanker of boomkanker
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Overerving en ontlening
Vertalingen
1. een aandoening die gekenmerkt wordt door het ongecontroleerd vermenigvuldigen van cellen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| kankeren |
kanker
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kankeren
- Ik kanker.
- gebiedende wijs van kankeren
- Kanker!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kankeren
- Kanker je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Indonesisch
Zelfstandig naamwoord
kanker