kaneel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ka·neel
Woordherkomst en -opbouw
- Komt van het Franse cannelle, een verkleiningsvorm van canne (rietstengel). Dit komt op zijn beurt van het Griekse kanna (riet). Het is verwant met het Hebreeuws qane (riet) en het Arabische qanah (riet).
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kaneel | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
- (specerij) een specerij van de gedroogde binnenbast van de kaneelboom, gebruikt als smaakmaker in vele gerechten
- Ik houd erg van kaneel.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. een specerij van de gedroogde binnenbast van de kaneelboom, gebruikt als smaakmaker in vele gerechten