kandidaat
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kan·di·daat
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kandidaat | kandidaten |
| verkleinwoord | kandidaatje | kandidaatjes |
Zelfstandig naamwoord
kandidaat m
- (politiek) iemand die zich verkiesbaar gesteld heeft voor een politiek ambt
- Voorbeeldzin met het kandidaat erin.
- iemand die zich beschikbaar geteld heeft voor een baan of functie
- Er waren erg veel kandidaten voor de positie.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. iemand die zich verkiesbaar gesteld heeft voor een politiek ambt
2. iemand die zich beschikbaar geteld heeft voor een baan of functie
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.