kandelaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kan·de·laar
enkelvoud meervoud
naamwoord kandelaar kandelaars, kandelaren
verkleinwoord kandelaartje kandelaartjes

Zelfstandig naamwoord

kandelaar m

  1. standaard waarop één of meer kaarsen geplaatst kunnen worden
Synoniemen
Spreekwoorden
  • om der wille van de smeer likt de kat de kandeleer (Jacob Cats?)
als iemand erg aardig doet is er meestal een bijbedoeling
Vertalingen