kanaliseren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·na·li·se·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kanaliseren
kanaliseerde
gekanaliseerd
zwak -d volledig

Werkwoord

kanaliseren

  1. (overgankelijk) rechttrekken tot een kanaal
    Deze kronkelige rivier is gekanaliseerd.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen