kanaliseren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ka·na·li·se·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| kanaliseren |
kanaliseerde |
gekanaliseerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
kanaliseren
- (overgankelijk) rechttrekken tot een kanaal
- Deze kronkelige rivier is gekanaliseerd.