kalander

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • ka·lan·der

Werkwoord

vervoeging van
kalanderen

kalander

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kalanderen
    Ik kalander.
  2. gebiedende wijs van kalanderen
    Kalander!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kalanderen
    Kalander je?