kajuit
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ka·juit
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kajuit | kajuiten |
| verkleinwoord | kajuitje | kajuitjes |
Zelfstandig naamwoord
- een gemeenschappelijke verblijfplaats op schepen
- De kajuit was voorzien van een kachel voor de koudere tijden.