kajuit

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·juit
enkelvoud meervoud
naamwoord kajuit kajuiten
verkleinwoord kajuitje kajuitjes

Zelfstandig naamwoord

kajuit v/m

  1. een gemeenschappelijke verblijfplaats op schepen
    De kajuit was voorzien van een kachel voor de koudere tijden.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen