kade
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ka·de
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kade | kades, kaden |
| verkleinwoord | kadetje | kadetjes |
Zelfstandig naamwoord
kade v
- een beschoeide of gemetselde oeverstrook waaraan de schepen kunnen aanleggen
Vertalingen
1. een beschoeide of gemetselde oeverstrook waaraan de schepen kunnen aanleggen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| kaden |
kade
- aanvoegende wijs van kaden